BELEIDSPLAN 2015 – 2020

CHRISTELIJKE GEMENGDE ZANGVERENIGING DE LOFSTEM

WOUBRUGGE

 Inhoud
  1. Werkwijze beleidsplan. 3
  2. Doelstelling. 4
  3. Leden. 4
  4. Bestuur. 5
  5. Public Relations. 6
  6. Muziekcommissie. 6
  7. Artistieke leiding en begeleiding. 7
  8. Repertoire. 8
  9. Presentatie. 8
  10. Repetities. 9
  11. Concerten en optreden. 10
  12. Vergoedingen. 11
  13. Onderlinge verstandhouding. 12

 

1. Werkwijze beleidsplan.

In de jaarvergadering van 23 februari 2015 is besloten tot het actualiseren van het beleidsplan voor de periode 2015 – 2020.

Hiervoor is een werkgroep samengesteld uit de koorleden, bestaande uit: Eygje Edel (voorzitter) Denice van Delft Gré van Delft Marja Postmus Bernard van der Snoek

Het concept beleidsplan is na het met de dirigent besproken te hebben aan het bestuur voorgelegd. Het bestuur heeft het beleidsplan vastgesteld in haar vergadering van 4 november 2015.

Het beleidsplan is definitief vastgesteld in de jaarvergadering van 15 februari 2016.

 

2. Doelstelling.

In de statuten van de vereniging is de grondslag en doelstelling opgenomen in artikel 2 en 3:

Artikel 2:

De vereniging aanvaardt de Bijbel als Gods Woord en gaat daarom uit van het beginsel, dat de zangkunst te waarderen is als een gave Gods, waarvan de beoefening in de eerste plaats aan Zijn verheerlijking behoort te worden dienstbaar gemaakt en een middel tot verrijking van het godsdienstige leven.

Artikel 3:

  1. De vereniging stelt zich ten doel de beoefening van de zang in het algemeen en van het christelijk lied in het bijzonder, eventueel met instrumentale begeleiding.
  2. De vereniging tracht dit doel onder meer te bereiken door de grondslag en het doel van de vereniging, zoals deze omschreven zijn in artikel 2 en artikel 3 lid 1:
    1. het houden van repetities;
    2. het geven van concerten en uitvoeringen;
    3. het medewerking verlenen aan kerkdiensten en bijeenkomsten;
    4. het deelnemen aan en/of organiseren van evenementen op muzikaal gebied, zoals concoursen en dergelijke;
    5. alle andere wettige middelen die aan het doel bevorderlijk kunnen zijn voor de ontwikkeling en instandhouding van de vereniging.

 

De Lofstem legt de nadruk op de prestatie. Het gezamenlijk beoefenen van de zangkunst om uiteindelijk te komen tot goede uitvoeringen vormt de basis voor alle activiteiten. Een goede sfeer is daarvoor voorwaarde en dient zeker te worden bevorderd.

De doelstelling van De Lofstem is verder als volgt te omschrijven: Het koor heeft ten doel het op een zo hoog mogelijk artistiek niveau, in verenigingsverband, op niet-beroepsmatige wijze beoefenen van de zangkunst. Het koor tracht dit doel te bereiken door:

  • het werken met een dirigent, die op verantwoorde en artistieke wijze aan de activiteiten leiding kan geven;
  • het verwerven van een geschikte repetitieruimte;
  • het wekelijks houden van repetities;
  • het bijhouden en regelmatig vernieuwen van het repertoire;
  • het geven van zo mogelijk minimaal één openbaar concert per jaar;
  • het bevorderen van de muzikale scholing van de leden;
  • het organiseren van activiteiten, die de sociale contacten tussen de leden onderling bevorderen;
  • het onderhouden van contacten met derden, die voor de doelstelling bevorderlijk zijn.

 

Het beleid van De Lofstem is gericht op:

  1. het uitdragen van de doelstelling door haar medewerking te verlenen aan kerkdiensten, evenementen en concerten;
  2. optreden op een zo hoog mogelijk artistiek niveau.

 

3. Leden.

Voor een koor is het hebben van leden alleen niet voldoende. Deze moeten ook op een evenwichtige wijze over de diverse partijen verdeeld zijn, wil men de gewenste koorklank bereiken.

Wat een evenwichtige verdeling van de leden over de verschillende partijen (sopranen, alten, tenoren en bassen) is, wordt bepaald door de dirigent. Het ledenaantal is momenteel rond de 75 personen. Groei is gewenst en van belang voor de continuïteit van het koor.

De dirigent zal tijdens repetities de definitieve plaats in het koor bepalen. Nieuwe leden krijgen een mentor binnen de partij toegewezen. Deze vier mentoren, één per stemgroep, zorgen voor begeleiding van de leden binnen die groep. Deze mentoren maken ook deel uit van de muziekcommissie.

Het afnemen van de kwaliteit van de stem met het stijgen der jaren kan de resultaten van het koor negatief beïnvloeden; toch acht De Lofstem het niet wenselijk om een maximumleeftijd te verbinden aan het lidmaatschap voor de leden. Er wordt uitgegaan van het gezonde verstand van de leden om zelf te bepalen terug te treden als actief “zingend” lid, wanneer zij de ontwikkeling van het koor niet meer kunnen volgen.

Een stemtest zal worden gehouden indien de dirigent dat nodig oordeelt. Bijvoorbeeld wanneer een lid van partij wil wisselen, dan wel indien de dirigent ernstige twijfels heeft ten aanzien van de kwaliteit van een bepaalde stem en waarvan de gehele partij hinder ondervindt.

Het is van groot belang om “vergrijzing” te compenseren door ook jongere leden te werven. Dit is voor de continuïteit van het koor van groot belang. Het is echter duidelijk dat ouderen veelal over meer vrije tijd beschikken om één avond per week te gaan zingen. Ook die ouderen zijn uiteraard van harte welkom om het koor te versterken. Misschien zijn er in die leeftijdsgroep ook wel personen, die erg graag zo verandering in hun eenzaamheid zouden kunnen ervaren.

 

Het beleid van De Lofstem is gericht op:

 

  1. het realiseren en handhaven van de koorgrootte en verdeling over de partijen, die naar het oordeel van de dirigent een verantwoorde klankkleur mogelijk maakt;
  2. de kwaliteit versterken van de diverse partijen;
  3. het werven van leden;
  4. bevordering van de onderlinge verstandhouding tussen de leden en daarmee het sociale klimaat in het koor.

 

4. Bestuur.

 Voor een koor is een bestuur noodzakelijk om de algemene leiding en vertegenwoordiging naar buiten te regelen. Het bestuur zal in overeenkomst met de statuten handelen in het belang van De Lofstem.

Bestuursleden dienen bij kandidaatstelling voor een bestuursfunctie te verklaren de statuten te onderschrijven.

De koorleden mogen verwachten dat het bestuur actief de bestuurlijke taken zal uitvoeren. Dit betekent ook dat bestuursleden interesse tonen in de zaken die leven onder de koorleden. Van belang is het dan ook dat de verhouding tussen bestuur en de leden, dirigent en de verschillende commissies open is en van wederzijds respect getuigt. Het bestuur moet ook bij voorkeur een goede afspiegeling zijn van het koor.

Het bestuur zal ook een netwerk opbouwen van contacten met relevante partijen. Ook onderhoudt het bestuur contact met de Koninklijke Christelijke Zangersbond.

 

Het beleid van De Lofstem is gericht op:

 

  1. het op peil houden en verhogen van de kwaliteit van de vereniging;
  2. de leden voldoende te informeren over activiteiten van en met het koor;
  3. onderhouden en verbreden van contacten in het belang van het koor.

 

5. Public Relations.

De Pr-commissie bestaat uit minimaal 2 bestuursleden met als taak PR en Publiciteit; de bestuursleden kunnen koorleden vragen hen te helpen en taken met hen en voor hen uit te voeren. De uiteindelijke verantwoordelijkheid ligt bij het bestuur.

Externe PR en publiciteit is vooral gericht op het uitdragen van de naamsbekendheid van het koor teneinde publiek te werven voor de concerten, nieuwe leden te werven en donateurs en sponsors te verkrijgen.

Met advertenties in regionale kranten of via huis aan huis bladen kunnen anderen worden geïnformeerd over de activiteiten van De Lofstem. Gratis publiciteit kan plaatsvinden in de vorm van een nieuwsbericht of interview in de krant, een vraaggesprek voor radio of tv of een ingezonden brief in een krant. Bij een interview wordt de voorzitter van het bestuur betrokken.

De Lofstem onderhoudt goede betrekkingen met koren in de regio. Dit uit zich in een zo mogelijk actieve samenwerking met andere koren.

Het regelmatig verspreiden van informatie over het koor en het voeren van een eigen huisstijl, behoren tot de PR-activiteiten.

De interne PR is gericht op de communicatie binnen de vereniging en op het informeren en motiveren van de eigen leden, waardoor de leden zich betrokken en mede verantwoordelijk voelen.

Voor muzikale projecten zullen de pr-bestuursleden de organisatie en uitvoering regelen en/of coördineren. Zij zullen hierbij worden bijgestaan door de overige bestuursleden. Ook zal er een nauw overleg met de dirigent plaats vinden .De pr-bestuursleden kunnen voor deze taak ook koorleden hierbij betrekken.

De organisatie van muzikale projecten zal het bestuur aan de pr-bestuursleden in handen geven.

 

Het beleid van De Lofstem is gericht op.

 

  1. het onderhouden van contacten met de rden, die bevorderlijk zijn voor de realisering van de doelstelling;
  2. het op de hoogte houden van de leden van alles wat voor hen van belang is;
  3. regelmatig met een muzikaal project of een groot concert naar buiten treden.

 

6. Muziekcommissie.

De muziekcommissie (MC) is een instrument dat gebruikt wordt om de doelstelling, zoals verwoord in het beleidsplan van De Lofstem te helpen realiseren.

De MC wordt samengesteld uit:

  • een vertegenwoordiger van het bestuur, tevens initiatiefnemer;
  • de dirigent
  • 4 mentoren uit de stemgroepen. Taak van de mentoren is het begeleiden van de leden van de eigen stemgroep. Zij kunnen een belangrijke rol vervullen om de juiste houding van de koorleden tijdens oefeningen en uitvoeringen te bevorderen. (Zie ook hoofdstuk 9 en 10).

De MC overlegt minimaal één keer per jaar, of zoveel vaker als nodig wordt geacht. Het overleg kan plaatsvinden in Immanuel, één uur voorafgaande aan de repetitie. De MC rapporteert schriftelijk aan het bestuur.

De MC stelt binnen het kader van artikel 2 en 3 van de statuten en de vastgestelde begroting het concertprogramma samen (welke muziek, duur, volgorde, solisten, de keuze van de begeleiding enz.).

De MC stelt een concertplan op voor de korte en middellange termijn. In dit plan wordt concreet vastgesteld welke stappen moeten worden doorlopen om vooraf vastgestelde muzikale doelen te bereiken.

Op basis van dit concertplan wordt het repertoire onderhouden en bijgesteld. De dirigent heeft als artistiek leider van het koor uiteraard een belangrijke stem in deze commissie, omdat hij de haalbaarheid van voorstellen kan beoordelen. Dit kan betekenen dat hij met medeweten van de andere leden van de commissie eerst werken uitprobeert op haalbaarheid, alvorens een voorstel tot opname in het repertoire te doen.

De MC stelt ook een standaardprogramma samen, een vaste groep liederen, waarvan door regelmatige oefening een goed uitvoeringsniveau gehandhaafd blijft.

Via het bestuurslid wordt regelmatig gerapporteerd aan het bestuur. Hierna geeft het bestuur mandaat aan de MC om de leden tijdig te informeren over de inhoud van de voorgenomen programma’s.

De MC is een klankbord voor.

  1. De leden. Alle leden kunnen altijd in de commissie op- en aanmerkingen inbrengen over de producten van de commissie. Leden kunnen te allen tijde verzoeken bepaalde composities in het repertoire op te nemen. Indien dit niet gehonoreerd wordt zullen zij, met redenen omkleed, hiervan op de hoogte gesteld worden.
  2. Het bestuur. Het bestuur zal bij voorgenomen verandering van het artistiek inhoudelijk beleid advies vragen aan de MC. Omgekeerd kan de MC het bestuur adviseren de voorgenomen artistieke planning alsnog bij te stellen.
  3. De dirigent. In voorkomende gevallen kan de dirigent in nader overleg met de MC komen tot bijstelling van zaken, gebaseerd op zijn verantwoordelijkheid als artistiek leider. De leden van de MC zullen de gevoelens die leven binnen de vereniging inbrengen.

Het beleid van De Lofstem is gericht op

 

  1. het goed laten functioneren van een muziekcommissie, om de verantwoordelijkheid voor de keuzes mee te dragen;
  2. de moeilijkheidsgraad van de uit te voeren muziekstukken in ieder geval op niveau te houden.

 

7. Artistieke leiding en begeleiding.

Om aan de doelstelling vorm en inhoud te geven is primair vereist te beschikken over een dirigent, die op verantwoorde artistieke wijze aan de muzikale activiteiten leiding kan geven. Deze dient daartoe een adequate opleiding te hebben genoten en bij voorkeur te beschikken over ervaring in het leiden en begeleiden van een koor. De dirigent moet de statuten van het koor onderschrijven. De dirigent heeft de artistieke leiding, zodanig, dat hij vrij is in de muzikaal-technische uitvoering van zijn werkzaamheden, passend binnen de statuten. De dirigent heeft de artistieke verantwoordelijkheid voor een concert en voor de repetities. In overleg met de muziekcommissie bepaalt hij de in te studeren en uit te voeren werken en geeft advies over de eventuele medewerking van solisten en instrumentale begeleiding bij uitvoering.

Naast de leidende en adviserende taak heeft de dirigent een opvoedende taak. Een voorbeeld hiervan is het uitleggen, waarom het gekozen repertoire geschikt is voor De Lofstem. De dirigent moet daarbij taal gebruiken die verstaanbaar is voor de leden. Verder zal de dirigent tijdens het repeteren artistiek belangwekkende details bewust moeten maken en een appèl moeten doen op de muzikale intelligentie van het koor, b.v. door onder de aandacht te brengen: de manier waarop een componist een tekst hanteert en tot gevoelsuitdrukking brengt; de manier waarop deze dynamiek aanbrengt; typische stijl- en tijdskenmerken. De koorrepetitie krijgt hierdoor een extra waarde. Deze voortdurende stroom van informatie zal niet nalaten zijn uitwerking te hebben op de zangprestaties van de koorleden.

Voorts heeft de dirigent een docerende taak. Hij zal moeten werken aan houding, ademhalingstechniek, stemvorming, uitspraak, klankkleur, intonatie, klinkervorming, etc. De dirigent neemt het inzingen voor zijn rekening en leidt de repetities zelf. Bij afwezigheid van de dirigent gaat de repetitie in principe gewoon door. Het is de verantwoordelijkheid van de dirigent om in overleg met het bestuur te zorgen voor een zinvolle invulling van deze repetities. Er kan besloten worden te repeteren m.b.v. een vervanger of met repetitors, maar bij langere afwezigheid van de dirigent zal het bestuur moeten zoeken naar andere (nood-) maatregelen.

Workshops kunnen dienen als aanvulling op de repetities en kunnen tevens gebruikt worden om muzikale uitleg te geven over werken en over componisten. Ook kan aandacht worden besteed aan ademhaling en stemvorming, tekstuitleg en -uitspraak. Instrumentale begeleiding (pianist/organist) dient eveneens op deskundige en artistiek verantwoorde wijze te geschieden, omdat deze mede bepalend is voor het resultaat van de koorzang. Een goede begeleiding zal de koorleden stimuleren tot betere prestaties. De communicatie tussen dirigent en begeleider(s) dient optimaal te zijn.

De Lofstem heeft geen duidelijk omschreven solo-beleid. De dirigent bepaalt per muziekstuk of een solist uit het koor zingt, of een solist (in overleg met het bestuur) moet worden ingehuurd. De dirigent heeft de vrijheid om uit het koor een “kleinkoor” te laten zingen. De dirigent bepaalt de opstelling van het koor, maar kan dit delegeren aan de koormeester.

 

Het beleid van De Lofstem is gericht op:

het blijvend kunnen beschikken over een dirigent die op deskundige en artistiek verantwoorde wijze aan de zangactiviteiten leiding geeft en de kunst verstaat om het koor te brengen en te houden op het maximaal haalbare niveau.

 

8. Repertoire.

Het repertoire van De Lofstem bestaat conform de statuten uit Christelijke, algemene en klassieke muziek. Er worden zowel wereldlijke als religieuze liederen gezongen. Bij optredens wordt nagestreefd een voor het publiek en het koor interessante mix van muzieksoorten uit te voeren. Het programma wordt afgestemd op de soort, plaats en doel van het optreden.

De repertoirekeuze is een verantwoordelijkheid van de dirigent en de muziekcommissie. Deze zal de repertoirekeuze uitwerken in een zgn. oefenplan, waarin prioriteit en programmering is aangegeven op basis van moeilijkheidsgraad en streefdoel op korte en middellange termijn.

In principe wordt gezongen in iedere taal. Wel zal rekening worden gehouden met het opnemen van voldoende Nederlandstalige liederen. De Lofstem zal geen Nederlandstalig koor worden.

Op basis van het oefenplan wordt een standaardprogramma samengesteld. Dit programma bestaat uit een hoeveelheid repertoire die zozeer actief beheerst wordt dat het in korte tijd kan worden voorbereid voor uitvoering.

Indien mogelijk wordt periodiek een groter religieus themaprogramma uitgevoerd, zoals de Marcus Passie van Hans Boelee, The Promise of Christmas van Dan Burgess en Psalm 42 van Mendelssohn. Een deel van het repertoire kan ook op een CD worden opgenomen.

 

Het beleid van De Lofstem is gericht op:

 

  1. Het opbouwen en behouden van een bepaald standaardrepertoire;
  2. het regelmatig toevoegen van nieuwe werken aan het repertoire;
  3. met tussenpoos van enkele jaren het repertoire op een CD opnemen.

 

9. Presentatie.

Onder presentatie wordt vooral verstaan de manier waarop het koor zich presenteert tijdens concerten, uitvoeringen en andere activiteiten van het koor. Niet alleen door de muzikale, maar ook door de algemene uitstraling van het koor wordt een visitekaartje afgegeven aan iedereen die met het koor in aanraking komt. Dit betekent dat qua presentatie een zo positief mogelijke indruk overgebracht dient te worden.

Presentatie tijdens concerten/uitvoeringen

  • Het bestuur wijst uit de leden een koormeester aan. (Zo nodig meer).

De koormeester draagt zorg voor een goed verloop van de optredens en concerten. Hij stelt zich op de hoogte van de locatie, waar het optreden plaats vindt. Hij bepaalt in overleg met bestuur en dirigent de kooropstelling. De koormeester zorgt voor een ordelijk opkomen en weggaan van de koorleden. Zijn aanwijzingen zijn voor de koorleden bindend. De koormeester zorgt ervoor dat de benodigde hulpmiddelen (lessenaar, opstapjes enz.) bijtijds aanwezig zijn en ook weer meegenomen worden na afloop. Uiteraard kan de koormeester bij de uitvoering van deze taken leden vragen daarbij behulpzaam te zijn.

  • Voor elke uitvoering laat het bestuur een nieuwsbrief uitgaan, waarin o.a. opgenomen zijn instructies voor kleding, tijden van aanvang en einde, gedragsregels tijdens de uitvoering.
  • De leden zorgen ervoor dat zij de muziek zoveel mogelijk uit het hoofd kunnen zingen; bladmuziek is daarbij ondersteunend, zodat goed naar de dirigent kan worden gekeken. De zangmap wordt bij opkomst in de linkerhand gehouden.
  • Opkomst en afgaan, openen van de mappen, gelijktijdig gaan staan en zitten geschiedt op aanwijzing van de koormeester of dirigent. Tijdens een concert wordt er niet met elkaar gesproken.
  • Concerten die verzorgd worden door De Lofstem zullen altijd met een programmaboekje worden aangeboden. Een concert wordt altijd ingeleid door een welkomstwoord en afgesloten door een dankwoord. Dit wordt gesproken door de voorzitter of diens vertegenwoordiger.
  • Aan speciale gasten van het koor, eventuele sponsors, en andere voor het koor belangrijke relaties, wordt extra aandacht geschonken (plaats, consumptie e.d.) Om het koor zoveel mogelijk te promoten dient er bij elke gelegenheid waarop naar buiten getreden wordt aandacht geschonken te worden aan vergroting van naamsbekendheid, ledenwerving, verkoop cd’s, etc.
  • Bij vertolking van het Christelijk lied moeten de leden zich bewust zijn van de inhoud van de liederen en dit uitstralen.

 

Het beleid van De Lofstem is gericht op:

Het blijvend werken aan de uitstraling van De Lofstem door de leden te wijzen op het belang van een goede presentatie.

 

10. Repetities.

Repetitieruimte.

Voorwaarde voor de realisering van de doelstelling is ook een geschikte repetitieruimte. Een

repetitieruimte is geschikt, wanneer:

  • de ruimte qua afmeting is afgestemd op de grootte van het koor en qua akoestiek beantwoordt aan daaraan redelijk te stellen eisen;
  • de mogelijkheid aanwezig is voor afzonderlijke partituur-repetities;
  • voldoende bergruimte aanwezig is voor de muziekbibliotheek;
  • een piano aanwezig is dan wel bergruimte voor een eigen piano;
  • de mogelijkheid aanwezig is voor sociale contacten in de pauze en na afloop van de repetities.

Repetities.

De repetities van het koor hebben wekelijks plaats op maandagavond van 20.00 uur tot

22.00 uur, in gebouw Immanuel, Kerkstraat 1 te Woubrugge.

  • De repetitieavond begint met algemene mededelingen van de voorzitter of diens plaatsvervanger en opening met gebed. Als afsluiting wordt een keuzelied gezongen.
  • Op verzoek van de dirigent kan de aanvang worden vervroegd en/of verlaat voor b.v. stemvorming, partijstudie, extra oefentijd, e.d.
  • Het moet voor iedereen duidelijk zijn, dat een zo hoog mogelijk artistiek niveau alleen haalbaar is, als iedereen zoveel mogelijk aanwezig is en zich volledig inzet.
  • De bladmuziek wordt op naam uitgedeeld, zodat ieder koorlid later gebruik kan maken van de eigen gemaakte aantekeningen in de muziek.
  • Ieder koorlid maakt met potlood aantekeningen in zijn/haar muziek die de dirigent aangeeft, zodat de studietijd optimaal kan worden gebruikt en de dirigent niet in herhaling moet vallen.
  • Middels een presentielijst wordt het repetitiebezoek bijgehouden. Indien een lid regelmatig verzuimd zal het bestuur met betrokkene overleg plegen, ten einde het repetitiebezoek te verbeteren. In het uiterste geval zal geadviseerd worden het actieve lidmaatschap op te zeggen en passief lid te worden. Een passief lid neemt niet deel aan concerten.
  • Alle leden dienen op tijd aanwezig te zijn, zodat de repetitie op de afgesproken tijd, kan beginnen.
  • Alle leden zetten zich ervoor in de repetitietijd efficiënt te gebruiken.
  • Tijdens een partijstudie zijn de andere koorleden geïnteresseerde luisteraars, die zachtjes mee oefenen en niet met elkaar gaan praten.

Het beleid van De Lofstem is gericht op:

  1. het beleid van De Lofstem is gericht op het blijvend kunnen beschikken over een goede repetitieruimte;
  2. het wekelijks houden van ten minste één repetitie;
  3. het bevorderen dat de leden gemotiveerd deelnemen aan de repetitie;
  4. het bevorderen dat steeds alle leden tijdig aanwezig zijn;
  5. het bevorderen dat de leden de dirigent optimale mogelijkheden bieden om zijn taak uit te oefenen.

 

11. Concerten en optreden.

De Lofstem streeft ernaar om jaarlijks ten minste één eigen concert te organiseren, waarbij het koor zich optimaal kan presenteren en profileren. Ook kan worden gedacht aan zgn. itemconcerten, zoals: Kerst, Pasen, lente, zomer, herfst, winter, jaarwisseling, dodenherdenking en activiteiten, waarvoor we worden uitgenodigd.

Ook kan medewerking verleend worden aan optredens met andere koren of gezelschappen (eventueel op andere terreinen van de amateurkunst) teneinde de contacten met derden te verbeteren. Bij dit laatste wordt zo veel mogelijk getracht om samen te werken met koren van minimaal een gelijkwaardig niveau. De dirigent heeft hierin een adviserende stem. Voor een concert zal vooraf een projectplan, voorzien van een begroting, worden opgesteld. Bestuur en dirigent stellen dit plan gezamenlijk op.

Kerkdiensten.

Het past in het algemeen beleid van De Lofstem om aan kerkdiensten mee te werken. Meewerken aan een dienst zal op uitnodiging van de betreffende kerk gebeuren. Medewerking kan alleen worden verleend als:

  • de dirigent kan en een voldoende aantal koorleden aanwezig zal zijn zodat de koorklank zeker is gesteld;
  • er voldoende ruimte is om een koor van min.60 leden te kunnen opstellen;
  • de dienstdoende organist voldoende is gekwalificeerd om De Lofstem te begeleiden;
  • er zo nodig een gestemde piano aanwezig is waarop de dirigent het koor kan begeleiden;
  • er afspraken zijn vastgelegd over de vergoeding van koor, dirigent, solist, begeleiding, e.d.

Huwelijken en uitvaarten.

Alleen op uitdrukkelijk verzoek van de familie zal De Lofstem meewerken aan deze diensten. Dit zal voor leden van het koor gratis gebeuren. Bij andere familie en bekenden zal terughoudend worden gereageerd, en uiteraard alleen op uitdrukkelijk verzoek van betrokkenen.

Bij het nemen van de beslissing of het koor aan een dergelijke dienst zal meewerken, moet in de eerste plaats rekening worden gehouden met de beschikbaarheid van de dirigent en voldoende bezetting van het koor voor een verantwoorde muzikale invulling en koorklank. Vooraf moeten ook de vergoedingen van koor, dirigent, solist, begeleiding e.d. zijn vastgelegd.

Het beleid van De Lofstem is gericht op:

  1. het jaarlijks geven van ten minste één eigen concert, waarbij het koor zich in al zijn facetten kan profileren;
  2. het realiseren van eventuele andere concerten door samenwerking met andere koren of gezelschappen op andere terreinen van de amateurkunst van een ten minste het zelfde niveau;
  3. het tot een minimum beperken van de medewerking aan diensten ter gelegenheid van huwelijken, huwelijksjubilea en uitvaarten van derden.

 

12. Vergoedingen.

De aan derden door te berekenen kosten worden jaarlijks door het bestuur vastgesteld.

Uitgangspunt daarbij zal zijn dat de gemaakte kosten door De Lofstem minimaal worden gedekt door de inkomsten.

Van een kostendekkend optreden kan worden afgeweken als in overleg van het bestuur met de dirigent vastgesteld wordt dat er sprake is van externe publiciteit, Christelijke activiteit, e.d.

 

Het beleid van De Lofstem is gericht op:

Het blijvend werken aan een kostendekkende uitvoering en optreden van De Lofstem.

 

13. Onderlinge verstandhouding.

Voor het koor is een goede onderlinge verstandhouding van groot belang. Een goede sfeer wordt bepaald door de leden zelf en de manier waarop zij lief en leed weten te delen. Het bestuur zal veel aandacht besteden aan sociale activiteiten bij ziekte, verjaardagen, jubilea e.d. Hiervoor zijn twee koorleden aangewezen die de attenties verzorgen en b.v. kaarten laten rondgaan op een repetitieavond.

Het sociale klimaat kan ook verbeterd worden door activiteiten, zoals b.v. een gezellige avond, of iets dergelijks. Meeleven met elkaar moet als een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle leden beschouwd worden.

Speciale aandacht moet in dit verband worden besteed aan de opvang van nieuwe leden ten einde ervoor te zorgen, dat zij zich spoedig thuis voelen bij De Lofstem. Hierbij spelen de mentoren een belangrijke rol.

 

Het beleid van De Lofstem is gericht op:

het bevorderen van de onderlinge verstandhouding tussen de leden en daarmee het sociale klimaat in de v